Wanneer principes hun beoogde effect missen

Wanneer principes hun beoogde effect missen

De onbedoelde gevolgen van de Wet Werk en Bijstand

Vorige week kwam Joey* naar mij toe met de vraag of ik wist hoe hij een postadres kon krijgen zonder er te hoeven wonen.
“Waarom?” Vroeg ik hem.
“Ik heb nieuw werk en ik wil niet dat mijn oma gekort wordt op haar uitkering.”

De Wet Werk en Bijstand beoogt dat thuiswonende werkende kinderen, ouder dan 21 jaar een financiële bijdrage leveren. Dit wil de overheid realiseren door de ouders te korten op de bijstandsuitkering (wellicht ook bedoeld als bezuiniging).

Principieel ben ik hier niet tegen. Immers, toen ik ging werken, betaalde ik mijn ouders voor ‘kost en inwoning’… en dat vond ik niet meer dan logisch.

Echter, de praktijk is zoals altijd weerbarstiger. Een (onbedoeld) effect is dat veel jongeren bang zijn om te gaan werken. Sterker nog, dat mensen op zoek gaan naar constructies om de korting op de bijstand te omzeilen.

Wanneer men dit legaal doet, gaan jongeren – te vroeg – op kamers of in studio’s wonen. Vaak met tijdelijke arbeidscontracten. Dit maakt dat deze jongeren vaak snel huurachterstanden en schulden opbouwen. Ook een terugkeer naar het ouderlijk huis is lang niet altijd vanzelfsprekend en brengt aanpassingsproblemen met zich mee.

Er wordt ook gekeken naar ‘illegale’ constructies. Jongeren schrijven zich in op andere adressen dan waar ze daadwerkelijk wonen.

Ik durf te stellen dat deze wet haar beoogde effect in veel gevallen mist. In plaats van dat jongvolwassenen bijdragen, komen velen in de problemen.

Voor mij was het logisch en met een HBO diploma op zak relatief gemakkelijk om een steentje bij te dragen.

Voor Joey ligt dit anders met een minimumloon en een baby op komst…

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny

*Joey is een gefingeerde naam

Bliërock

Bliërock

Afgelopen weekend was het weekend van Bliërock. In 10 jaar tijd is dit festival uitgegroeid tot een begrip in Venlo. Het is een kleinschalig festival met een eigen (unieke) identiteit. Het is namelijk een echt familiefestival geworden, wat overigens niet zo vanzelfsprekend is, puur kijkend naar de line-up met vooral veel bluesmuziek.

Bliërock is opgezet als ‘hoofdevenement’ vanuit de stichting B4Music. Een stichting die is opgericht door een vriendengroep uit Tuindorp, Blerick.  Een vriendengroep in de leeftijd van 50-65 jaar oud, van de generatie van mijn ouders. Zij vormen de basis, maar de continuïteit lijkt geborgd met tientallen vrijwilligers in de leeftijd van 25 tot 75 jaar.

Ooit was het een rebelse vriendengroep… In een ‘romantische’ periode van free love, countryrock en softdrugs toverden zij een boerderij om tot een gebouw, waar ontmoeting plaatsvond in combinatie met veel livemuziek. Bijna een commune. De generatie boven hen vervloekte dit overigens allemaal. Stuk voor stuk ingrediënten voor een hechte onderlinge band.

Deze hechte band was voelbaar voor, tijdens en na het optreden van Cut the Crap (ooit begonnen in de berging van opa en oma’s flat). Dit optreden was de opening van de zaterdagavond en stond in het teken van Henk Engel, die in oktober vorig jaar overleed. Met een collectief van 16(!) muzikanten werd er anderhalf uur een prachtige muzikale ode aan Henk gebracht. Backstage was het een komen en gaan van artiesten over het ‘Henk Engel laupbrôkske’ en achter de muzikanten op het podium hing een doek met zijn afbeelding en de tekst van een van zijn favoriete nummers; Soulshine.

Henk was een van de drijvende krachten achter B4Music en vroeger bassist bij Cut the Crap. In de schaduw van Henk ving ik de afgelopen jaren de bands op backstage en zorgde ik voor snelle wisselingen tussen de verschillende optredens. Afgelopen zaterdag stonden we met een klein groepje op eigen benen. Voor het eerst moesten we zelfstandig het stageplan doornemen en zelf nadenken, maar uiteindelijk kwam alles goed.

De zaterdag was ik er als vrijwilliger, de zondag als bezoeker met mijn geliefde gezin. Fijn om een keer aan de voorkant te staan en ook echt iets mee te krijgen van het festival. Terwijl ik een biertje dronk met mijn ouders, ooms en tantes, achterooms en -tantes, achternichten en -neven, vrienden en bekenden, speelden mijn kinderen met hún kinderen aan de zijkant van het terrein. Ze speelden op de speeltoestellen, zaten in de draaimolen en werden geschminkt. De volgende generatie… Die over twintig jaar misschien ook wel backstage te vinden is.

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny

And when we say goodbye
To one of our own
We may be lonely
But we’re not alone
Though the leaves will fall
And the tears will flow
May it always comfort us to know
The family tree will always grow
It’s stronger than the wind can blow
The family tree will always grow

Venice – Family Tree

De inclusieve gemeenschap(?)

De afgelopen week was racisme een thema in het nieuws. Zo wordt er een onderzoek gestart naar online racisme m.b.t. Keti Koti, werden twee jonge moslims geweerd door de VS én kocht een villawijk in Den Helder een pand om te voorkomen dat hier minderjarige asielzoekers in komen te wonen.

Als bewonersondersteuners staat de participatie vam nieuwkomers hoog op de agenda. De overheid vindt het, net als wij, belangrijk dat statushouders snel en goed integreren, meedoen met de samenleving. Dat betekent concreet; Nederlands spreken, werken en op andere manieren deelnemen aan onze maatschappij. In Venlo doen we er alles aan om situaties als in Steenbergen te voorkomen.

Venlo probeert transparant te zijn in de communicatie naar de buurt, wanneer hier statuhouders komen te wonen. Zo worden buurtbewoners (net als in Den Helder) per brief geïnformeerd, wanneer er ergens statushouders gevestigd worden. Een brief als deze lokt vaak reacties uit, waarop de gemeente een informatiebijeenkomst organiseert. Vaak kunnen de meeste zorgen tijdens een dergelijke bijeenkomst weggenomen worden, maar dat kan alleen als mensen hiervoor openstaan.

Ik ben persoonlijk van mening dat statushouders (net als iedereen) zoveel als mogelijk verspreid moeten wonen en dezelfde behandeling dienen te krijgen als ieder ander. In Venlo-Oost werpt deze benadering zijn vruchten af. Statushouders waarmee wij in contact komen, sluiten aan bij activiteiten die hen en hun talent aanspreken.

Zo komen er (jonge) statushouders wekelijks naar de jongereninloop als bezoeker, gaat er één naar de schilderclub, draait er eentje mee bij KanDoen en zetten diverse statushouders zich in voor de kinderactiviteiten in de buurt, waaronder de knutselclub en de kindervakantieweek. Wij kiezen zeer bewust voor een individuele benadering i.p.v. een benadering voor statushouders als groep. Dezelfde benadering als die voor autochtone bewoners. Ik ben er trots op hoe Venlo-Oost hen in de armen sluit i.p.v. buitensluit, zoals in Den Helder… Ongeacht hoe de communicatie tussen de buurt en instanties is gelopen… een huis van 6 ton kopen zodat kinderen (!) hier niet kunnen wonen is naar mijn bescheiden mening buitensluiten.

Toch ben ik benieuwd hoe de mensen het georganiseerd hebben. Hebben ze een stichting opgericht onder de naam; Den Helder Eerst? Is het de bedoeling om winst op het pand te maken? Wat doen ze met het pand? Wie is hun financieel adviseur, indien ze er een hebben?

Als ík hun adviseur zou zijn dan zou ik een aantal opties op tafel leggen. Opties m.b.t. wat ze kunnen doen met €600.000 :

A. 1000 Gezinnen een jaar lang van voedselpakketten voorzien.
B. 15 Extra leerkrachten inhuren voor de basisschool in de wijk als investering in de kinderen.
C. 20.000 Uren aan thuiszorg inkopen voor de oudere buurtbewoners.
D. 3000 Zonnepanelen laten installeren in de buurt, zodat niemand nog electriciteit hoeft te kopen.
C. 15 Nieuwe Mercedesen kopen en een straatrace mee organiseren.
D. Met 33 buurtbewoners op wereldreis gaan.
E. 200 Nieuwe speeltoestellen kopen voor de kinderen in de buurt.
F. Een villa kopen, zodat er geen asielzoekers in de buurt komen wonen.

Aan hen de keuze, want wie ben ik om te bepalen wat mensen met hun geld moeten doen?

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny

 

Einstein

Er was de afgelopen week veel om over te bloggen. Ik zou kunnen ingaan op de progressieve en tolerante houding van de rappers die te gast waren bij Summer Night… Ik zou ook kunnen ingaan op de experimenten in de bijstand. Of op de conservatieve en bekrompen houding m.b.t. dit onderwerp van een aantal gasten in een praatprogramma op een doordeweekse avond.

Echter, ik vind het belangrijk om jullie mee te nemen in de fase waarin het Sociale Domein verkeert.  Onze voormalige procesbegeleider; Jan Custers refereerde onlangs aan een citaat van Albert Einstein. Dit citaat werd overigens ook aangehaald in de – door de gemeenteraad georganiseerde –  werkconferentie over de zorg. Laat ik voorop stellen, het is niet mijn favoriete citaat (dat is namelijk: “Twee dingen zijn oneindig: Het universum en de menselijke domheid; en van het universum weet ik hetniet zeker.”), maar met wat fantasie wel toepasbaar op de staat waarin het sociale domein in Venlo (en andere gemeenten) verkeert.

“Problemen kunnen niet worden opgelost met de denkwijze waarmee ze werden gecreëerd.”

Laten we gemakshalve stellen dat het tekort van 12 miljoen in het sociaal domein een probleem is. Het tekort komt (kortweg) door hoge kosten in de intramurale jeugdzorg (het ‘maatwerk’) en het gebrek van controle op deze kosten.

Afgelopen woensdag, op een werkconferentie, waren met name de organisaties die maatwerk leveren uitgenodigd om de gemeenteraad te informeren en te adviseren middels een pitch en een interview. Als Einsteins hypothese klopt, ligt de oplossing in een andere denkwijze. Wij hadden ons dus verheugd op creatieve ideeën, met bravoure ten tonele gebracht in onze stadsschouwburg. In onze fantasie stond er een directeur op met de volgende pitch:

“Vanaf 2018 gaan we al onze cliënten – die  nu in onze zorginstelling wonen – huisvesten in hotelkamers. Dit is niet alleen stukken goedkoper, maar draagt ook bij aan de Venlose economie. We kunnen dan ook meteen de dagbesteding schrappen, want wie gaat er nou in een halflege zaal zitten, als dat ook op het terras of in de kroeg kan? Of als je kunt wandelen door onze mooie binnenstad? Of langs de Maas? Of een middag platen kunt beluisteren bij Sounds?

Vandaag ging een van mijn medewerkers op huisbezoek. In een keukentafelgesprek eerder dit jaar benoemde ze hoe mooi ze de keukentafel vond en de ‘cliënt’ bleek deze zelf gemaakt te hebben! De beste man is nu werkzaam als meubelmaker. Hij werkt keihard, maar verdient nu meer dan mij. Er is namelijk een enorme vraag naar mooie meubels vanuit de – sinds kort – florerende hotelbranche.

Ben ik al aan mijn twee minuten? Bijna? Ohja, voor ik het vergeet. Ik belde gisteren nog met de koning. In goed overleg hebben we besloten om de regeerperiodes zowel landelijk als lokaal te verlengen van vier naar acht jaar. Op deze manier kunnen we daadwerkelijk een visie op lange termijn opstellen en naar de stip op de horizon toewerken… Verder heb ik eigenlijk niets te melden, want alles loopt op rolletjes… Dus… Dit was mijn pitch.”

Het bleef echter bij een fantasie. De opstelling van de meeste aanbieders was in onze beleving eerder defensief dan constructief, laat staan innovatief. Oplossingen waren vooral; alle (jeugd)zorg via de huisarts, bezuinigen bij de gemeenteambtenaren, alle kleine aanbieders eruit en investeren in de pleegzorg. Het sterkste betoog ging ons inziens over investeringen in gezondheidszorg in plaats van in ziektezorg. Met andere woorden; hoe houden we mensen gezond, zodat we ze niet hoeven te genezen met alle menselijke schade, littekens en kosten die hiermee gepaard gaan?

De oplossing heb ik echt niet, maar ik weet wel wat een begin van een oplossing is. Dit begin is een gesprek zonder kaders. Zonder loopgraven van denkwijzen, normen en waarden, (financiële) belangen en schuldvragen. Een gesprek dat niet op de eerste plaats gaat over hoe we de zorg inrichten, maar over hoe we onze maatschappij ingericht willen zien. Is het namelijk niet zo dat de (vraag naar) zorg in het sociaal domein grotendeels samenhangt met de manier waarop de maatschappij functioneert?

Ik streef naar een maatschappij, waarin we oog voor elkaar hebben, elkaar helpen. Waarin mensen gelukkig zijn, maar waarin er ook goede (professionele) zorg is voor degenen die dit geluk niet zelf kunnen vinden. Een maatschappij waarin we een ander dit geluk gunnen, ook al heeft deze ander niet hetzelfde karakter, dezelfde afkomst of hetzelfde doorzettingsvermogen. Ik hoop deze maatschappij ooit te zien… Op straat, in een prachtig theater of in een praatprogramma op een doordeweekse avond. En als ik die dan zie, dan is er (als bijvangst!) een financieel overschot in het sociaal domein.

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny