Back to the ‘good’ old times Jongerenwerk

Vanavond staat er een reünie op het programma. Een reünie met oud-collega’s van bijna 15 jaar geleden. Ik liep toen stage bij het jongerenwerk van Welzijn Eindhoven in buurthuis ’t Akkertje…

In 15 jaar heeft het jongerenwerk zich als vak enorm ontwikkeld en geprofessionaliseerd. Dit is de kwaliteit m.i. ten goede gekomen, maar heeft ook de werksfeer veranderd. In de 15 jaar die voorbij vlogen ben ik nooit meer zo’n ongedwongen, gemoedelijke (en daarmee laagdrempelige) werkplek tegen gekomen als ‘ Akkertje.

De spil in het buurthuis was Ria. Een vrouw uit de wijk en als een tweede moeder voor menig bewoner, werker en stagiaire. Iedere ochtend was het een zoete inval van moeders die vanuit school (waar ze hun kinderen naartoe brachten) een bakkie kwamen doen. Iedere woensdag verzorgde ze – uit eigen zak – een lunch voor alle werkers. Van schoonmaakster tot stagiaire tot jongerenwerker. Van manager tot vrijwilliger… en niemand zat aan het hoofd van de tafel.

Ik had twee stagebegeleiders; Renee en Marc.
Renee leerde me het vak en Marc leerde me wat erbij kwam kijken om het vak uit te oefenen. Maar wat me het meest bijbleef is dat ze tweewekelijks om de beurt voor me meekookten op 12-urige werkdagen. Toen de ‘eetvergoeding’ voor stagiaires werd afgeschaft en ik geen cent te makken had.

Maandelijks gingen we op stap met stagiaires en werknemers en altijd was het gezellig.

Nu zullen er mensen zijn die dit weinig professioneel vinden, die zeggen dat er geen duidelijke hierarchie in de teams was en dat de grens tussen afstand en nabijheid te vaak overschreden werd.

In theorie hebben ze gelijk… in de praktijk is deze generatie stagiaires bijna volledig werkzaam in het sociaal domein en daarnaast innovatief en ondernemend.

Blijkbaar is onze basis goed geweest en leer je het meest van iemand waar je écht van wílt leren!

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny

Als het even tegenzit…

Toen ik begon met bloggen nam ik mezelf voor om altijd een eerlijk verhaal te vertellen. Wanneer alles op rolletjes loopt, maar ook als het even tegenzit. De afgelopen weken zaten wat tegen…

Als bewonersondersteuner ondersteun ik bewoners bij het opzetten van activiteiten ten behoeve van de wijk, waarin ze wonen. Een van de grote klussen was het opzetten van activiteiten voor jongeren.

Ik begon met twee bewoners die tweewekelijks jongerenactiviteiten in de avonden gingen organiseren. In 2016 is dit boven verwachting goed gegaan. De activiteiten werden goed bezocht, de sfeer was gezellig en de ‘werkgroep jeugd’ breidde zich uit tot vier bewoners, waaronder een van de jongeren.

Op dit moment is de werkgroep weer gehalveerd😔. De werkgroepleden (inclusief mezelf) zaten niet meer op één lijn en waren (na diverse pogingen van mij) ook niet meer op één lijn te krijgen. In overleg hebben we besloten dat twee van de leden zich terug zouden trekken. Ik kies er bewust voor om de politiek correcte term ‘in goed overleg’ achterwege te laten. Het trok een flinke wissel op ons allen…

Op de keper beschouwd was het een kwestie van: ‘De juiste man stond niet meer op de juiste plek’ en dan is het logischer dat de man van de plek gehaald wordt dan dat de plek opgedoekt wordt. Rationeel de beste oplossing en gemakkelijk als ik met robots zou werken i.p.v. met mensen.

Reflecterend en analyserend ligt de oorzaak van de ‘breuk’ niet alleen bij de direct betrokkenen, maar vooral ook bij de dynamiek die een wijk als deze met zich meebrengt. De jeugd en hun (soms grillige) gedrag, het zwerfvuil, incidenten in de wijk, onderlinge verhoudingen tussen bewoners(groepen), de vele actoren met nog meer verschillende belangen, visies en meningen…

Wellicht had ik hier meer oog voor moeten hebben en hier meer energie in moeten steken. Ik heb me echter vooral gericht op het proces met de jongerenactiviteiten en mij en de werkgroep (overigens heel bewust) proberen af te sluiten van de processen om ons heen. Helaas is dat niet gelukt…

Ik trek hier lering uit, maar ik ben ook trots dat ik (ondersteund door mijn collega-bewonersonderteuners en een zeer gewaardeerde ‘netwerkpartner’) op tijd moeilijke beslissingen heb durven nemen om (eventuele) escalatie en incidenten te voorkomen.

Ik ben mijn medevennoten, ‘netwerkpartners’ en collega bwo-ers heel erg dankbaar voor hun steun, hun adviezen, het sparren, het relativeren (“Niemand zei dat BWO gemakkelijk is”) en hun vertrouwen.

Terwijl ik ter ontspanning wat kata’s repeteer denk ik toch een momentje aan mijn werk: “Ik zet nu een stap naar achteren, maar de volgende vier zijn vooruit!”

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny

Systeemwereld vs Leefwereld

Jan Rotmans: “We leven niet in een tijdperk van verandering maar in een verandering van tijdperk”

Systeemwereld en Leefwereld… Twee termen die veelal gebruikt worden in ons werkveld. Jos van der Lans gebruikt de volgende definities: ‘De systeemwereld is alles wat mensen ontwikkeld hebben aan instellingen en structuren op gebieden als economie, politiek, onderwijs, wetenschap, overheid, gezondheidszorg, verzorgingsstaat enz. enz. Dus een buitengewoon ongelijksoortige verzameling van systemen en subsystemen. De leefwereld is het ervaringsdomein, waarin mensen met elkaar omgaan in en buiten de systemen.’

Sommige collega-sociaal werkers zijn geneigd om hier waardeoordelen aan te verbinden en dan wordt de leefwereld als ‘goed’ gezien en staat de syteemwereld voor alles wat mis is in onze maatschappij.

Volgens ons ligt dit genuanceerder. Zolang regels en structuren in dienst staan van ons werk zijn de kenmerken van de systeemwereld waardevol en dragen ze bij aan de kwaliteit en integriteit van ons werk. Het ligt echter anders wanneer regels en systemen leidend worden. Dan vinden wij het belangrijk (en stiekem ook wel leuk😉) om deze ter discussie te stellen!

Zo plaatsen we geregeld vraagtekens bij de – in de welzijnswereld bekende – urenregistratie.
Opdrachtgevers vragen om middels een registratiesysteem per uur te beschrijven wat bijv. ik concreet doe. Wij ‘weigeren’ om dit te doen en tot nu toe zonder nadelige consequenties.

Dit betekent echter niet dat wij geen inzicht hebben in hoe wij onze tijd verdelen en waar het meeste en minste werk naartoe gaat met als verschil dat we een middel niet tot doel verheffen. Wij willen beoordeeld worden op onze resultaten en hoe wij tot deze resultaten komen is onze zaak, toch?

Als ik een Mars koop betaal ik immers ook voor het product en zal het me een worst wezen hoeveel uren op welke manier zijn ingezet. Mars zal dit echter prima in beeld hebben.

Systemen hebben hun waarde. Ze bieden mensen houvast en kunnen een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de dienstverlening (ook door hun controlerende eigenschappen). Echter, systemen alleen zijn nooit een oplossing voor een probleem.

Denk bijvoorbeeld aan een buurthuis met overal post-its (bijv. niet storen tijdens een activiteit, licht uit bij het verlaten van de ruimte, niet aankomen: van de beheerder enz. enz. enz.). Misschien wordt er niet gestoord, wordt het licht uitgedaan en wordt er niks gejat, maar is het niet veel leuker en duurzamer om een sfeer te creëren waarin ieder gebruiker/bezoeker zich dermate verantwoordelijk voelt dat hij anderen niet stoort, het licht uit zichzelf uitdoet bij het verlaten van een ruimte en altíjd met zijn/haar poten afblijft van andermans spullen?!

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny