Zaalvoetbal

De woensdagen staan – net als vorig jaar – in het teken van zaalvoetbal op ‘de Berg’. In de nazomer hebben we met de jongeren afgesproken dat de oudere jeugd mag zaalvoetballen, maar als tegenprestatie een wekelijkse voetbalactiviteit voor de ‘kleintjes’ organiseert en begeleidt. Ook al betekent dit dat de activiteit niet altijd op tijd begint en misschien een keer niet door kan gaan.

20161005_162633De eerste keer was ik aanwezig uit interesse, maar ook om toe te zien op het nakomen van de gemaakte afspraken. Ik kreeg een flashback naar vorig jaar.

Ik herinnerde me weer waarom ik deze groep zo leuk vind om mee te werken. Het voetbaltalent druipt ervan af, maar vooral de manier waarop de jeugd – met allerlei verschillende leeftijden en allerlei verschillende (culturele) achtergronden – met elkaar omgaat is een genot om naar te kijken.

Dit proces hebben we met zachte hand gestuurd. Zo weet ik nog dat een jongeman mij vorig jaar trots kwam vertellen dat de kinderen op het Cruijffcourt niet meer hoefden te wachten tot het moment, waarop de oudere jeugd geen zin meer had om te voetballen en vetrok. Nee, “af en toe mogen de kinderen met de grote jongens meedoen!”

Het grootste deel van de jeugd komt uit een klein stukje Venlo-Oost (de Leutherhook) en is met elkaar opgegroeid. Dit is duidelijk zichtbaar in de manier waarop ze met elkaar omgaan. Er is een duidelijke hierarchie, waarin de ‘kleintjes’ het leiderschap van de oudere jongens erkennen. De kleintjes luisteren naar de oudere jongens, soms nog wel beter dan naar hun leraren.

Het mooiste is dat de ouders dit accepteren en zelfs waarderen. Ik heb de ouders vorig jaar ingelicht over de opzet, waarbij de oudere jeugd de activiteit begeleidt en ik dus niet altijd aanwezig ben. De ouders spraken nadrukkelijk hun vertrouwen uit in de jongemannen van begin 20.

Met Via-VVV gaan wij, bewonersondersteuners kijken hoe we dit proces kunnen ondersteunen, zonder het over te nemen. We kiezen er niet voor om een professionele trainer in te zetten die de activiteit gaat leiden, ook al zou dit de structuur en diversiteit van spelvormen ten goede kunnen komen… We kiezen er bewust voor om verder te bouwen aan de pedagogische civil society, aan deze vitale gemeenschap… Aan dat wat begon als een venlo-droom!

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny

Samen voor Taal

taal

Afgelopen woensdag zijn Tarik en ik aanwezig geweest bij de conferentie; ‘Samen voor Taal’ in de prachtige ECI Cultuurfabriek in Roermond. Het was van 16.30 tot 20.00uur, maar de tijd vloog. Dit dankzij de goede sprekers en de afwisselende invulling. Het hoofdthema was Laaggeletterdheid, maar de uitwerking was heel erg breed. Het ging over cijfers onder verschillende leeftijds- en bevolkingsgroepen, over onderwijs van basisschool tot volwasseneducatie, van bedrijven tot buurthuizen en van lezen tot rekenen. Waarschijnlijk heb ik een tijdje nodig om alles op een rijtje te zetten en de vertaling naar de wijk en onze opdracht als bewonersondersteuner te maken. Hoewel ik besef dat de avond bij lange na niet gevat kan worden in een blog, kan het schrijven over dit onderwerp mij hier wellicht bij helpen.

Taal en ik

Ik heb een passie voor taal. Dit is echter niet altijd zo geweest. Als kind las ik veel, maar met de puberteit hield dit op. Op de middelbare school las ik geen boeken, maar haalde ik – net als veel van mijn generatiegenoten – mijn boekverslagen van www.scholieren.com. Het moment, waarop ik mijn passie voor taal herontdekte kan ik mij nog goed herinneren. Het was met een opdracht voor CKV. We kregen de opdracht om een verhaal te schrijven. Net zoals boeken een imagoprobleem hadden bij mij, had ík een imagoprobleem bij mijn leraren. Ik kon het verhaal dat ik geschreven had (volgens de leraar) onmogelijk zelf hebben geschreven, dus moest het uit een boek afkomstig (en dus fraude) zijn. Ik pakte dit echter op als een compliment en ging hobby-schrijven. Rond diezelfde tijd kwam de Nederlandstalige Hip-Hop op, waardoor het opeens ‘cool’ werd om met taal bezig te zijn. Tegenwoordig schrijf ik Nederlandstalige liedjes, die ik af en toe ten gehore mag brengen.

Het thema laaggeletterdheid vind ik dus belangrijk. Ik heb de waarde van lezen en schrijven leren ontdekken en ‘onderschrijf’ daarom het belang hiervan.

Het onderwijs

Hoe jonger de doelgroep, hoe minder laaggeletterdheid voorkomt. Op basis van dit gegeven kan er gesteld worden dat het onderwijs zich verbeterd heeft op dit gebied. Er werden woensdag echter ook kritische kanttekeningen geplaatst bij het basisonderwijs.

  1. De focus ligt op begrijpend lezen i.p.v. technisch lezen.
  2. Er wordt (te) vroeg en (te) veel getoetst.

Ik ben geen onderwijskundige en kan geen oordeel vellen over punt 1. Over punt 2 heb ik wel een mening. De ouders van mijn nichtje (groep 3) werden laatst aangesproken. Haar leesniveau was nog onvoldoende en dagelijks voorlezen was niet genoeg. Hoewel ik een voorstander ben van transparantie en ouderbetrokkenheid, ben ik bang dat dergelijke negatieve ervaringen het tegenovergestelde bereiken van het beoogde. M.a.w. dat het leesplezier weggenomen wordt.

Het taalniveau

Wat mij steeds bezighoudt is de volgende vraag: Moet het taalniveau van de Nederlanders aangepast worden aan de ‘norm’ die wij (als systeemwereld) stellen of moet de norm aangepast worden aan het taalniveau van de Nederlanders? De Rabobank in Parkstad bekent kleur en neemt hier een belangrijke stap in door hun correspondentie te vereenvoudigen. Daarnaast hanteert de overheid taalniveau B1. Eenvoudig Nederlands dat door 95% van de bevolking gelezen kan worden.

 Taal en de wijk

Hoe bereiken we de doelgroep? Er wordt gesteld dat het bereik onder de allochtone bevolking relatief groot is. Slimme Pret in Venlo-Oost is hier een goed voorbeeld van. Maar hoe bereik je de autochtone laaggeletterde, die zijn of haar laaggeletterdheid verhult met smoesjes en voor wie er een taboe rust op analfabetisme? Naar mijn mening niet door een aanbod in de wijk te slingeren, maar door goed te luisteren naar mensen, mensen op het juiste moment te motiveren, te prikkelen en/of vindbaar te zijn door present te werken. Niet als het water tot de lippen staat, maar als mensen voldoende rust en stabiliteit in hun leven hebben om de handschoen van leren lezen op te pakken.

Het imago

Naar mijn mening heeft lezen ook een imagoprobleem. Sommigen vinden het elitair en toen Bob Dylan de nobelprijs voor de literatuur won, maakte de zogenaamde elite dit tenenkrommend duidelijk.

Een imagoprobleem dat getackeld kan en moet worden en wel door de ‘taalambassadeurs’ en hun prachtige verhalen. Een imagoprobleem dat al getackeld wordt door mensen die doorbreken als woordkunstenaar en schrijven over onderwerpen die de ‘onderkant’ van de samenleving raken. Mensen als Typhoon, Winne, Özcan Akyol, James Worthy, Tourist LeMc en Saman Amini.

Is de wens om mensen te leren lezen paternalistisch? Nee, niet als je ziet hoe lezen een leven kan verrijken en de Limburgse taalambassadeurs brengen dit prachtig persoonlijk onder het voetlicht. Onze taal is niet van de happy few. Onze taal is van ons allemaal!

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny

PS: Frauke, Ilse, Maurice en Najim, dankjewel voor het overdragen van jullie kennis!

Het nieuwe werken

Het nieuwe werken

http://nos.nl/l/2137480

Bovenstaand een link naar een NOS artikel over het nieuwe werken binnen gemeenten. Wellicht is het handig om dit artikel te lezen alvorens deze blog… of andersom… Deze blog gaat in ieder geval over het nieuwe werken, maar vooral over het effect hiervan op bewoners en ons werk.

fb_img_1476393533936
Het nieuwe werken staat in het teken van het faciliteren van bewonersinitiatieven. Het afgelopen jaar hebben wij – als team Bewonersondersteuning –  verschillende ondersteuningsvragen gekregen die gingen over wensen m.b.t. de fysieke ruimte. Zo hebben we bewoners ondersteund in het opzetten van ‘zwerfvuil-opruim-projecten’ en in het opknappen, plaatsen en/of vervangen van speeltoestellen.

In Venlo is het niet meer vanzelfsprekend dat de overheid in het onderhoud van groenvoorzieningen, het onderhoud van speelplekken en het schoonhouden van de publieke ruimte voorziet, zonder betrokkenheid van bewoners. Dit is – naar mijn bescheiden mening –  een terechte ontwikkeling en past binnen onze visie op de  vitale gemeenschap. Ik vind het zowel wenselijk als logisch dat bewoners meedenken en meebeslissen over hun (fysieke) omgeving. De financiële  besparingen komen voor mij op de tweede plaats, maar zijn tevens urgent.

Echter, de stap vanuit een verleden (waarin bijna alles in de fysieke ruimte bepaald werd door de overheid) naar de huidige situatie is voor sommige bewoners erg groot. ‘Loslaten in vertrouwen’ kan leiden tot bewoners die de verantwoordelijkheid niet aan kunnen of willen. Bewoners die liever in een onwenselijke  omgeving wonen dan dat ze hun nek uitsteken.

Wie ben ik om hen dit te verwijten? Het is niet niks, verantwoordelijkheid nemen voor een stuk gemeenschapsgrond, waar ook andere bewoners mee te maken hebben. Het vergt lef, betrokkenheid, maar ook diplomatieke vaardigheden om draagvlak in de buurt te krijgen. In sommige gevallen hebben bewoners hier ondersteuning bij nodig.

Er zijn een groot aantal succesvolle projecten uitgevoerd in Venlo, soms met onze ondersteuning. Zo was er in Venlo-Oost een speeltuintje dat te kampen had met wildgroei aan onkruid, zwerfvuil, verouderde speeltoestellen en jeugdoverlast in de avonduren. Met ondersteuning van mijn collega-bewonersondersteuner Menno en de verantwoordelijke gemeenteambtenaren hebben de bewoners zich verenigd. Door de handen uit de mouwen te steken, een SAM-aanvraag te doen en met een gulle bijdrage van het wijkoverleg Venlo-Oost kon het speeltuintje opgeknapt worden en konden er nieuwe toestellen geplaatst worden. De bewoners onderhouden de speeltuin zelf en houden er jaarlijks een straatbarbecue. ‘Loslaten in vertrouwen’ heeft hier erg goed uitgepakt.

Hoezeer ik ook geloof in de kanteling, sóms vind ik dat er té veel van bewoners gevraagd wordt. Te veel inzet en/ of te veel inzicht.

Om deze reden heb ik me een keer laten verleiden om meer te doen dan ondersteunen. Ik wilde de bewoners ontlasten en werd een soort regelneef/ manusje van alles. Voordat ik er erg in had bevond ik me zelfs bijna in een situatie, waarin ik ging onderhandelen met een aannemer. Dit had ik op tijd door, maar ik pakte het eigenaarschap van de bewoners én van de gemeente hiermee af. Dat dit uit betrokkenheid en gedrevenheid (en mijn zwak voor sjacheren;]) ontstond, telt niet.

Bovenstaand heeft mij duidelijk gemaakt dat ons werk maatwerk en een nauw samenspel is tussen bewoners en professionals. Een samenspel, waarin rolafbakening aan de voorkant van groot belang is. Een samenspel dat nieuw is en waarin we ”fouten’ maken’ moeten zien als ‘ontdekken’. Een samenspel van een lange adem, waarin het eigenaarschap van de bewoners erkend wordt en de professionals zich adviserend, faciliterend, geduldig, maar vooral nederig opstellen… En volgens mij is dat het nieuwe werken!

Bedankt voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny

Exodus… Van de beschutte werkplek naar de wijk

Vanuit onze functie als bewonersondersteuner hebben we de afgelopen maanden ervaringen met WAA  medewerkers die vanuit hun beschutte werkplek  werkzaam zijn geworden in de wijk Venlo Oost. In deze blog nemen we u als lezer graag mee in onze ervaringen.

(1) Maan (door zichzelf Manus van alles genoemd) kwam als eerste binnen bij het Huis van de Wijk. Hij wilde activiteiten opzetten voor de jeugd. Hij wilde een locatie, die hij zou onderhouden en waarin hij activiteiten wilde ontplooien. Op dat moment werkte hij bij de WAA binnen een beschutte werkplek, waarin hij het gevoel had niet al zijn aanwezige talenten aan te kunnen spreken.

Met de ontwikkelingen rondom de Vogelhut, waarin het gebouw onder het beheer kwam van de Stichting Leutherberg, diende zich voor Maan een unieke kans aan: er kwam een locatie, de jeugdactiviteiten konden gaan landen en er was ruimte voor meer werkzaamheden voor Maan.

Na overleg tussen Stichting Leutherberg en de WAA werd Maan zijn droom werkelijkheid. Zijn werkzaamheden verplaatsten zich van de beschutte werkplek naar de wijk Venlo Oost.

(2) Patrick had al ervaringen binnen het werken in een Huis van de Wijk. Hij was voorheen woonachtig in ’t Genooi waar hij zijn werkzaamheden verrichte voor het Huis van de Wijk ‘de Witte Kerk’. Door zijn relatie met een meisje uit Venlo-Oost en een daaruit voortkomende verhuizing, wilde Patrick graag werkzaamheden verrichten in de Vogelhut. Na een moeizame start waarin er onduidelijkheid bestond over zijn taken en de omvang hiervan, is Patrick inmiddels een van de sleutelfiguren in de Vogelhut: hij leidt de wekelijkse vergaderingen, organiseert activiteiten en voert verschillende beheertaken uit.

(3) José (alias ‘de mama van de Vogelhut’) kwam als laatste binnen en vulde een gat in de middagen waarin zij een functie bekleedt als gastvrouw. Door haar gastvrijheid en warme persoonlijkheid voelen bezoekers zich direct welkom en vrijwilligers – en professionals – kunnen ten alle tijden hun verhaal bij haar kwijt.

img-20161003-wa0000Deze drie afzonderlijke verhalen benoemen wij om de participatiewet een gezicht te geven. Iedereen die kan werken maar daarbij ondersteuning nodig heeft, valt sinds 1 januari 2015 onder de Participatiewet. De wet is er om zoveel mogelijk mensen met of zonder arbeidsbeperking werk te laten vinden. Meedoen daar gaat het, volgens het kabinet Rutte II, om. “Mensen willen het liefst werken”, aldus staatssecretaris Klijnsma.

Wij, bewonersondersteuners, ervaren dat het meer is dan werken: mensen willen betekenisvol werk doen (voor hun straat, buurt of wijk) en willen zich ontwikkelen, aan hun talenten en competenties werken en nieuwe vaardigheden ontdekken en leren. De eerder aangehaalde voorbeelden illustreren dit.

Zo benoemt Patrick dat hij nooit had verwacht dat hij een jeugdactiviteit zou begeleiden of een vergadering met 10 deelnemers voor te zitten. Alle drie geven ze regelmatig aan niet meer terug te willen naar de beschutte werkplaats.

De verhalen van deze personen maken duidelijk dat ieder mens over talenten beschikt, maar dat er veel individuele begeleiding en coaching nodig is om dit tot wasdom te laten komen. De voorbeelden laten ook zien hoe talentontwikkeling en gemeenschapsontwikkeling hand in hand kunnen gaan.

Als bewonersondersteuners juichen wij de beweging van WAA-medewerkers richting wijken toe omdat we zien wat voor een positieve invloed dit kan hebben op het individuele leven van de werker enerzijds en de gemeenschap anderzijds. We willen benadrukken dat naar de kracht van deze mensen gekeken moet worden en ze aangesproken dienen te worden op hun individuele talenten.

Als voorwaarde hiervoor geldt, naar onze mening, wel dat er veel aandacht geschonken moet worden aan de individuele begeleiding en structuur en duidelijkheid geboden moeten worden aan de voorkant.

Alleen dan kan deze ‘exodus’ bereiken wat de participatiewet zegt te beogen!

 

Johnny Driessen & Menno Janssen Bewonersondersteuners Venlo