In ’t Zonnetje

Vandaag vond de Vrijwilligersdag vanuit de st. Leutherberg plaats. De actieve bewoners werden vandaag door de professionals -werkzaam in Venlo-Oost – in de watten gelegd.

Vanochtend vroeg werd de barbecue van vanavond voorbereid, waarna de vrijwilligers een rondleiding kregen in stadion de Koel dat op een steenworp van de Vogelhut ligt. Dit werd als zeer geslaagd ervaren.

Bij terugkomst stond er een kopje koffie klaar en werden er spelletjes gedaan.

Op het moment dat de bbq werd ontstoken werd traditiegetrouw de vrijwilliger van het jaar uitgeroepen. Dit jaar ging deze eer naar Jos. De man achter de buurtbieb en de computerlessen. Meer dan terecht!

Ook de vrijwilligers Jan en Ton werden in het zonnetje gezet. De afgelopen weken hebben de vrijwilligers en professionals onder aanvoering van Osman geld bijelkaar gelegd. Hiervan werden twee houten beelden gemaakt van een tweetal dat het huis van de wijk op de schouders draagt. Symbolisch voor hun niet aflatende inzet voor de wijk.

Het was een prachtige dag. Het eten was goed, de sfeer was gezellig en het zonnetje scheen. Hopelijk geeft dit de nodige energie voor een nieuw succesvol jaar!

Een speciale dank aan de drie kartrekkers van deze dag; Janou, Menno en Anton. Top gedaan!

Ik sluit af met de woorden van Jim Diers:
“Why have a meeting if you can have a party?”

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny

20160930_175101

Haarden van positieve energie

Iemand adviseerde ons nog niet zo lang geleden om als bewonersondersteuner ‘haarden van positieve energie’ op te zoeken met als doel deze energie te verspreiden over een buurt. Dit geeft plezier aan je werk, waardoor je zelf meer energie krijgt en waardoor je uiteindelijk groeit in je vak.

Onze ondersteuning wordt vaak gevraagd als er sprake is van ontevredenheid over de leefbaarheid in een buurt en als er sprake is van eenzaamheid of overlast. Deze thema’s zijn belangrijk en verdienen onze inzet. Het betreft echter ook vaak situaties die – zeker op de korte termijn – onbevredigend kunnen zijn.

Een valkuil voor mij is dat ik mijn focus vooral op de ‘zwaardere’ ondersteuningsvragen leg, omdat deze het meest urgent en belangrijk lijken. Daarom besloot ik het advies van de ‘positiviteitshaarden’ op te volgen.

Vorige week startte de Kinderknutselclub na de zomerstop. Hoewel Lientje, Jessica, Angelique en Rana het prima alleen kunnen, was ik benieuwd naar de activiteit. Mede omdat een van de drijvende krachten er na vorig seizoen mee gestopt is, wegens haar grote hoeveelheid vrijwilligerswerk (overigens doet ze nog steeds te veel;)).

Voor ik er erg in had werd ik door Lientje aan het werk gezet en was ik met een meisje van 9 een wenskaart aan het maken. De activiteit was leuk en Caribisch vrolijk… maar met een triest randje.

Het meisje van 9 maakte de wenskaart namelijk voor haar moeder, omdat ze haar miste. Toen een van de vrijwilligers vroeg waar haar moeder was, antwoordde ze: “Dat weet ik niet… ik ben een pleegkind.” Het meisje kreeg een tedere aai over de bol en ging verder met haar wenskaart.

Even later kwam een stoere jongen van een jaar of 15 binnen om zijn zusje op te halen. Ooit kwam ook hij naar de knutselcub. De jongen werd bij het weerzien door de vrijwilligers begroet en geknuffeld als een klein kind. “Lang niet meer gezien! Hoe is het met je?”
De jongen onderging het met een verlegen, maar triomfantelijke glimlach.

Deze situaties tonen de (vertrouwens)band tussen de kinderen en de vrijwilligers. Ze onderstrepen de waarde van iets – op het eerste gezicht – ‘simpels’ als een knutselclub.

Een ander voorbeeld van positieve energie is de Werkgroep Jeugd, aangevoerd door Maan, Patrick, José, José, Kitty en Petra.

fb_img_1474618931293

Na de kindervakantieweek zijn zij zelfstandig aan de slag gegaan met de organisatie van een Halloweentocht. Inmiddels zijn er 25 vrijwilligers betrokken en verloopt de voorbereiding ontspannen en gezellig, maar tevens efficiënt. Vol vertrouwen kijk ik uit naar 28 oktober!

En gisteravond besefte ik me; Jan had gelijk!

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny

Tuig van de Richel?

Zo noemde de premier de jongeren uit Zaandam, die vorige week veelvuldig in het nieuws waren. De betekenis van ‘tuig’ is ‘slechte mensen’… Meer dan eens heb ik me afgevraagd wat deze jongeren dan ‘slecht’ maakt. Ik geloof best dat sommige gedragingen als ‘slecht’ betiteld kunnen worden, maar niet dat het hier om slechte mensen gaat.

Ik besef dat er over deze kwestie veel gesproken en geschreven is. Heel veel vanuit emoties en ik kan niet ontkennen dat deze kwestie en de (sociale) media-aandacht ook gevoelens bij mij oproept, maar dat is niet de enige reden waarom ik deze blog schrijf. In de discussie mis ik ratio en oplossingsgericht denken, met name op de lange termijn. Ik mis de aandacht voor wat het sociaal werk kan en moet betekenen. Zonder te pretenderen dat onze ideeën de enige juiste zijn, wil ik met deze blog beschrijven hoe wij met soortgelijke situaties – onze corebusiness – omgaan. Maar eerst wil ik even terug naar het ‘debat’.

Waarom gebruikt de premier het woord ‘tuig’? Degenen die de ferme taal van de premier en de minister afdoen als verkiezingsretoriek hebben (denk ik) deels gelijk. Er is echter iets in deze jongeren dat ontegenzeggelijk irritatie opwekt bij de premier, de minister, raadsleden, dhr. Pauw, zijn tafelgasten en bij heel veel anderen. Het is een clash tussen normen en waarden. Een clash van tegenstellingen rondom o.a. de volgende vraag:

pauw-zaandam

Hoe dien je je te gedragen aan een tafel (een zonnebril dragen is respectloos vs. ‘ik wil mijn emoties niet tonen’) en in de publieke ruimte (jullie gedrag is intimiderend vs. wij ontmoeten elkaar slechts op deze plek)?

De irritatie komt volgens mij voort uit een combinatie van de zonnebrillen, het taalgebruik, het accent, de nonchalante en soms intimiderende houding, de leeftijd, het niet met kritiek om kunnen gaan en de culturele achtergrond van de jeugd.

De kloof tussen de ‘straat’ en de ‘bourgeoisie’ wordt met de Zaanse kwestie pijnlijk duidelijk en daarmee steeds groter. Het gaat namelijk niet alleen om deze 50 kinderen en jongeren. Nee, er zijn duizenden jongeren die hetzelfde praten, hetzelfde denken en hetzelfde doen. Er zijn jaarlijks tientallen plekken in Nederland met soortgelijke situaties en groepen jongeren. Jongeren, waar o.a. wij als Assist mee werken en situaties die wij tegen komen in ons werk.

De burgemeester en politiek hebben het over ‘keihard’ aanpakken met meer inzet van de politie (inmiddels zijn er een aantal arrestaties geweest, zijn er camera’s geplaatst en is er een samenscholingsverbod gekomen). Dit is een prima uitgangspunt als het je doel is om vertrouwen en steun te krijgen van de bewoners. Om deze redenen vind ik dit goed. Op de korte termijn kan dit een positief effect hebben op het veiligheidsgevoel en de daadwerkelijke overlast.

Deze aanpak kan echter ook negatieve effecten hebben. Denk aan een kat-en-muisspel, gespeeld door politie en jeugd of een ‘waterbedeffect’, waarbij de overlast zich verplaatst. Daarnaast wordt de afstand tot een dialoog steeds groter. Als het je doel is om tot een duurzame oplossing te komen dient er een aanvulling te komen op alleen repressie.

Allereerst is met preventie veel te winnen. De vorming van ‘risicovolle’ jeugdgroepen begint vaak in de bovenbouw van de basisschool. In deze fase dient negatief gedrag begrensd- en de verbinding met de wijk gelegd te worden. Uit onderzoeken blijkt dat het ‘kennen van elkaar’ een positieve invloed heeft op de veiligheid en de leefbaarheid in een buurt.

Als er onverhoopt toch een overlastsituatie ontstaat en men wil een oplossing, dan denken wij dat het gaat om een samenspel tussen politie, sociaal werk en buurtbewoners. Een samenspel met een gezamenlijk doel en een scherpe rolafbakening. Een aanpak met zowel een repressieve als een preventieve component. Wij denken dan in de volgende stappen:

 

  1. Breng de verschillende professionals in de buurt bij elkaar (sociaal werkers, wijkagenten, gemeenteambtenaren, woningcorporatiemedewerkers e.d.). Deze professionals dienen elkaar regelmatig te ontmoeten in een open sfeer, waarin er ruimte is voor feedback en waarin men vertrouwen heeft in elkaars kunnen en respect voor elkaars rol. Maak een plan van aanpak, zet acties uit en houdt elkaar aan de gemaakte afspraken.
  2. Maak contact met de buurtbewoners, ondernemers in de buurt, scholen en met de jongeren. Bespreek met elkaar wie dit het beste kan doen. Soms is dit de wijkagent, soms de jongerenwerker en soms een leerkracht. Vraag naar oplossingen en naar behoeften. Breng krachten, zwakten, kansen en bedreigingen in kaart.
  3. Laat de professionals (en in later stadium de buurt) kaders stellen. Zijn er locaties (bijv. een park, een buurthuis of een sportzaal), waar de jongeren elkaar kunnen ontmoeten zonder dat de buurt hier last van heeft? Jongeren ontmoeten elkaar vaak op straat en dit moet ook kunnen, wanneer het in een ‘gemoedelijke’ sfeer gebeurt.
  4. Formeer een werkgroep – bestaande uit jeugd, buurtbewoners en evt. professionals (zoals een wijkagent) en geef deze werkgroep (echte) verantwoordelijkheid binnen de gestelde kaders. Laat deze werkgroep (mee)beslissen over de meest geschikte locatie. Ben echter selectief in het formeren van de werkgroep. Spreekt hij/zij voor een grotere groep i.p.v. voor zichzelf? Heeft hij/zij draagvlak of een achterban? Kan hij/zij over vooroordelen heen stappen en in dialoog gaan met een ander die andere belangen, normen en waarden heeft?
  5. Laat deze werkgroep de behoeften van de jeugd en buurt faciliteren (bijv. het organiseren van activiteiten, of het plaatsen van meer prullenbakken). Maak duidelijke afspraken, waar alle partijen zich aan conformeren (zoals tijden, omgangsvormen, tegenprestaties e.d.).
  6. Formeer een kadergroep van jeugd. Werk toe naar een situatie, waarin de oudere jeugd verantwoordelijkheden krijgt en afspraken nakomt. Maak dat zij de jongere jeugd coachen en waar nodig corrigeren.
  7. Isoleer de jongeren die ‘niets’ willen van de welwillenden. Leg de focus op de welwillenden. Op de groep van ‘nietwillenden’ kan een repressieve aanpak uitgezet worden.
  8. Volg het proces en grijp waar nodig in. Beloon goed gedrag en bestraf (bekeur of vervolg) slecht gedrag. Ben echter reëel in verwachtingen, er zullen tegenslagen zijn! Keep your eyes on the price en vier de (kleine) successen!
  9. Faciliteer structurele interactie tussen jeugd, politie en andere buurtbewoners.
  10. Maak inzichtelijk waar je mee bezig bent aan de buurt en aan de jeugd.

De sleutel naar een vitale gemeenschap is (volgens ons) dat de jeugd meedoet en dat de buurt dat erkent, aanmoedigt en faciliteert. Ik heb dan ook diep respect voor de besturen van het buurthuis en de moskee die deze handschoen oppakken. Ik hoop dat zij (alsnog) het vertrouwen van de overheid krijgen. De rol van de sociaal werker zou hierin ondersteunend en daarop voortbouwend moeten zijn. Vanuit een vertrouwensrelatie kan een sociaal werker heel veel betekenen voor een gemeenschap op zowel collectief als individueel niveau. Om dit nog beter te faciliteren, dient het sociaal domein meer ‘ontschot’ en minder gesegmenteerd ingericht te worden!

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny

 

Back in Business

Na een zeer aangename onderbreking van het werk (de vakantieperiode) ben ik vanaf deze week weer in de ‘normale’ werkmodus. Dit betekent; niet meer op de klok kijken zonder de tijd te zien, niet meer opstaan als ik (of de kinderen) zin hebben, niet meer op het gemak  overleggen zonder dat er iemand eerder weg moet naar een volgende afspraak…

Nee, om 7.00uur wakker worden, om 7.30uur opstaan, om 8.15uur dochterlief naar school brengen, om 8.45uur de agenda van de dag doornemen, als het kan een klein uurtje sporten en op naar de eerste afspraak… En eigenlijk bevalt deze regelmaat me prima!

Gelukkig waren de overlegmomenten (die vlak voor de vakantie massaal zijn ingepland voor net na de vakantie) zeer aangenaam en was het fijn om collega’s na een tijdje weer te zien.

Wat stond er deze week op de agenda?

20160909_125501

O.a. een gebruikersoverleg van de stichting Leutherberg, hernieuwde afspraken maken met de jeugd onder het genot van een barbecue, een boottocht maken met collega’s en samenwerkingspartners georganiseerd door de wijkoverleggen, gesprekken met bewoners over hun plannen, een lunch vanuit de Stichting Lezen en Schrijven, waarmee we als Assist een convenant ondertekenden en een ‘benen op tafeloverleg’ met onze gewaardeerde stadsdeelmanager (wat weer tot enkele nieuwe inzichten leidde).

Een week van weerzien en kennismaken met nieuwe, fijne mensen. De – in de vakantie (her)opgebouwde – energie was bij collega’s en partners voelbaar aanwezig. Dit (en het mooie weer) maakte het een geweldig begin van een nieuw halfjaar, waarin niet alles gaat lukken wat we – door deze roze bril bekeken – voor ogen hebben… maar wel veel!

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny

Ome Willem

Gisteren ben ik met Tarik maar Eindhoven gereden. Deze week had ik wat ruimte in de avonden en het leek me een mooi moment om  mijn oude werkplek te bezoeken in Tongelre (waar ik te lang niet geweest was).FB_IMG_1472681098167 Rond 17.00uur kwamen we aan in ‘mijn’ oude jongerencentrum De Toeloop. Het was prachtig opgepimpt met een voetbalveld op het dak. Het was het een warm weerzien met oud-collega’s en jongeren en ook in Tongelre stond deze week in het teken van een kindervakantieweek.

Hoewel de essentie hetzelfde is, zijn er ook wat accentverschillen, namelijk (al is dit wat kort door de bocht): bewoners (077) vs professionals (040) en daarmee gemeenschapsontwikkeling (077) vs talentontwikkeling (040). Beide varianten hebben hun voors en tegens en het is aan anderen om te bepalen waar zijn of haar voorkeur naar uitgaat.

Na het bliksembezoek aan De Toeloop heb ik nog wat bij kunnen praten met wat jeugd, ouders en jongvolwassenen, waarmee ik als jeugdwerker werkte en met een van de jongeren gingen we wat eten en drinken in het centrum. Het was gezellig!

In de vijf uurtjes Eindhoven heb ik een flink aantal mensen gesproken die me na aan het hart liggen, maar velen heb ik helaas niet gezien of gesproken.

Ome Willem uit Arnhem kwam jaarlijks een dag naar Venlo. Een paar dagen van tevoren werd zin bezoek aangekondigd middels een belronde. Op de dag zelf streek hij rond een uur of 12.00 neer op het terras voor D’n Dorstigen Haen en bleef daar zitten tot een uur of 21.00. In deze uren kwam zijn hele familie – voor, tussen of na het werk – op ‘audiëntie’, al was het maar een halfuurtje. Ik begrijp waarom hij dat zo deed…

Dank voor het lezen en hopelijk tot volgende week!

Johnny