Bewonersondersteuning

Na mijn eerdere blogs over hoe we tot de praktijk kwamen, vind ik het nu tijd om tot mijn doelstelling te komen: Inzichtelijk maken van wat wij doen. Wij als Assist, maar ook als team Bewonersondersteuning, bestaande uit medewerkers van Wel.kom, Synthese en Assist. Ikzelf werk met twee gewaardeerde collega’s van de andere organisaties (Janou en Menno) in Venlo-Oost.

‘Bewonersondersteuning’ is een term die in Venlo in de plaats is gekomen van opbouwwerk, jongerenwerk en ouderenwerk. Hoewel de term wennen is en wisselende reacties oproept, geeft het nauwkeurig aan wat wij doen. Wij ondersteunen bewoners in het mooier, leuker en veiliger maken van hun buurt. Althans, dat is ons doel. De stip op de horizon is hierbij de; Vitale Gemeenschap. Een gemeenschap in een buurt, dorp of stad die in staat is om zélf richting te bepalen én zich hiervoor inzet. Zoveel mogelijk alleen, maar daar waar nodig met ondersteuning van o.a. de professionals van de gemeente, politie, sociale wijkteams en van ons. Het eigenaarschap ligt hierin bij de bewoner binnen de (juridische) kaders die door de professionals vastgesteld zijn of worden.

In de term eigenaarschap ligt – naar mijn mening – de essentie van ons werk. Vrijwilligers ondersteunen óns niet in de activiteiten die wíj als professional belangrijk vinden. Nee, wij ondersteunen de vrijwilligers met zaken die zíj belangrijk vinden.

Onlangs mochten we een presentatie over ons werk geven aan de gemeenteraad. Deze bereidde ik voor met Janou en een buurtbewoner; Jan. In deze presentatie gebruikten we de fietser als metafoor. De fietser is hierin niet altijd een individu, maar het kan ook een organisatie zijn. Alle ‘fietsers’ vormen samen een gemeenschap.

De zelfstandige fietser

Hier hoef en wil ik als bewonersondersteuner geen ondersteuning aan bieden. Hij kan het namelijk alleen! Ik wil deze fietsers wel leren kennen. Ik zal in de buurt zijn als er een keer een band geplakt moet worden of als ik deze fietser wil vragen om elders te fungeren als fietsleraar.

De eenzame fietser

P. is een man die graag fietst. Hij kent tientallen fietsroutes uit zijn hoofd. Deze gaan door prachtige natuurgebieden en langs gezelligste cafeetjes. P. fietst veel, maar altijd alleen. Via een maatwerkcoach kwam P. bij ons terecht met de behoefte om in contact te komen met andere bewoners. In plaats van hem door te verwijzen naar de open inloop hebben we hem gevraagd naar zijn interesses en talenten. Hier hebben we bij aangesloten en P. organiseert nu fietstochten voor bewoners uit de buurt. Daarnaast sluit hij wekelijks aan bij vergaderingen en zal hij binnenkort biljartlessen gaan geven aan de jeugd. P. is uit het ‘isolement’ gekomen op de meest waardige manier… op de manier waarin hij op zijn best is.

De lerende fietser

De tweewekelijkse jongereninloop wordt geleid door twee WAA-medewerkers (de ‘exodus’ van de WAA richting de huizen van de wijk vind ik dermate boeiend dat deze in een volgende blog uitgebreid aan bod zal komen) en mij. Het doel is dat de WAA-medewerkers de jongereninlopen alleen zullen leiden, maar pas wanneer zij en de jeugd hier klaar voor zijn. Onze rol is om deze lerende fietsers op te leiden tot jeugdbegeleiders. Concreet betekent dit dat wij hen ‘leren’ hoe ze contact kunnen leggen, grenzen aan kunnen geven, structuur aan kunnen brengen etc. Hoewel we tegen zaken aanlopen, ben ik trots op de stappen die we als team zetten in dit proces.beckhamfiets

De tandem

Sommige fietsers zullen nooit alleen kunnen fietsen. Een van de grootste uitdagingen is om scherp te krijgen welke mensen dit zijn en hoever we kunnen/ willen gaan om dit in de praktijk te ontdekken zonder al te grote brokken te maken. Moet er altijd een professionele begeleider aanwezig zijn bij een open inloop met demente ouderen? Of bij mensen met een verstandelijke of lichamelijke beperking? Of bij criminele jongeren? Of bij mensen met een psychiatrisch ziektebeeld?

Of kunnen vrijwilligers uit de buurt en/of het netwerk dit net zo goed of misschien zelfs beter?

Ik denk dat de manier waarop we met deze vragen omgaan het wel of niet slagen van de ‘kanteling’ in de zorg zal bepalen.

Het belangrijkste vind ik echter dat – ongeacht de achtergrond van –  de bewoner in alle gevallen aan het stuur moet zitten. Hij of zij bepaalt de richting, de snelheid en bestemming. Wij helpen hem om hier te komen!

Dank voor het lezen en tot volgende week!

Johnny

 

De ‘Wedstrijd’

Het vorige blog sloot ik af met de woorden: “Niet beseffend dat de echte wedstrijd nog moest beginnen…”

Said en ik hadden bij onze werkgever aangegeven dat we voor onszelf wilden beginnen en dat we twee raamcontracten (we voldeden aan de gestelde eisen, maar geen concrete opdracht) hadden voor de gemeenten in Noord-Limburg. Onze insteek was om náást ons werk iets voor onszelf te doen. Denk aan het geven van trainingen en projecten om jongeren zonder startkwalificatie naar school/werk te begeleiden.

Tot mijn schrik reageerde de werkgever niet zoals ik verwacht had. Was het naïef om te denken dat een werkgever er trots op is als twee medewerkers na jarenlange inzet besluiten om een onderneming te starten in een andere provincie? Ongeacht het antwoord op die vraag, stelde ik mijn doel bij: een opdracht voor minimaal 36 uur binnenhalen en in een goede verstandhouding weggaan bij mijn organisatie. Het is immers altijd een goede werkgever voor mij geweest.

Enfin, in Venlo was het aan vier organisaties om een invulling te geven aan de opdracht; Bewonersondersteuning… En wij gingen er (dus) vanuit dat we een opdracht hadden, waar we van konden leven. Dit bleek echter ‘genuanceerder’ te liggen dan we dachten. We hadden helemaal géén zekerheid! Daar stond ik dan met twee kinderen (mijn zoon werd in deze periode geboren), een hypotheek en een verzonden ontslagbrief. Ik vond het spannend, maar ook boeiend, belangrijk en urgent. Ik wilde een ‘provider’ blijven voor mijn gezin en zou hier alles dat in mijn mogelijkheden lag aan doen!

Wij (de vier organisaties) kregen drie maanden om binnen de – door de gemeente gestelde –  kaders een plan van aanpak te schrijven, het aantal FTE te bepalen en onder te verdelen. “We kunnen het rustig aan doen!” zeiden we gekscherend tegen elkaar. We hadden namelijk in slechts een maand tijd een bedrijf opgezet. Echter, wanneer vier partijen hetzelfde anders zien (een begin van een mooie samenwerking versus een ‘gedwongen huwelijk’), blijkt dit toch anders te liggen.

De maanden die volgden waren intens, maar dat was ik zelf schuld. De gesprekken werden onderhandelingen en de beoogde gezamenlijke visie werd een plan van aanpak. Ik heb in deze periode een andere kant van mezelf ontdekt, zowel op zakelijk als op inhoudelijk vlak.

Om een heel lang verhaal kort te maken, zonder iemand tekort te willen doen … Uiteindelijk gingen drie organisaties de opdracht uitvoeren en werd ons 3 FTE ‘gegund’ (zo noemt men het volgens mij). We waren trots, maar vooral op de manier waaróp. Dicht bij onszelf blijvend, transparant, op inhoud gericht en zuiver. Dit kregen we ook terug.

In mei 2015 begonnen we als Bewonersondersteuner in Venlo… En nog belangrijker; thuis ging alles goed! Ik voelde me de koning te rijk…

Dank voor het lezen en tot volgende week!

Johnny

Hoe het begon

Om redenen die ik in mijn eerste blog benoemde besloot ik dus om mee te doen met aanbesteden in Noord-Limburg. Ikzelf had het idee om een onderneming te starten in de Jeugdhulp. Een onderneming die start vanuit de basisideeën van de transitie in de jeugdzorg. Kortom; zoveel mogelijk inzetten op (het versterken van) eigen kracht, sociaal netwerk, scholing en… werk, werk, werk! Het beroepsprofiel zou dan een kruising zijn tussen een casemanager en een jongerenwerker. Laagdrempelig, maar niet vrijblijvend. Gericht op sociaal netwerk en inzettend op individuele groei.

Tarik werkte in 2014 bij het Centrum voor Jeugd en Gezin in het zuiden en ik wist dat zijn laatste tijdelijke contract aflopend was. Ik leerde Tarik meer dan tien jaar geleden kennen als collega bij de groenteveiling in Venlo/Grubbenvorst. We kwamen erachter dat we in het hetzelfde gebouw in Eindhoven studeerden. Tarik CMV en ik SPH… Een studiekameraadschap was geboren. We reisden samen, gingen samen op stap en deelden een aantal interesses. Samen met gelijkgestemden (Patrick, Kin en Saïd) werkten we ideeën uit over een eigen talkshow en nachtclub. Nee, je hebt niks gemist… het bleef bij ideeën;).

Anyway, ik zag in Tarik mijn ideale compagnon. Aimabel, welbespraakt, vlot en integer. Én ervaring in de individuele hulpverlening. Tarik stond open om e.e.a. uit te zoeken en al snel zaten we een avond te brainstormen over een naam en een product. De naam Assist was snel gevonden en we hadden snel duidelijk waar we op wilden aanbesteden. Jeugdhulp (domein 4 voor wie het interesseert) en Bewonersondersteuning (domein 7). We besloten die avond ook om onze studiekameraad Saïd erbij te betrekken, een gewaardeerde jongerenwerker in Eindhoven.

Tarik en Saïd waren oud-klasgenoten en boezemvrienden. Saïd en ik kenden elkaar privé, maar vooral als collega. We liepen samen stage en werkten een tijdje in dezelfde wijk. Wij waren elkaars tegenpolen en de vonken spatten regelmatig van onze discussies af. De resultaten waren echter bijzonder goed. Het bleek in ons geval waar; zonder wrijving geen glans.

Als drietal gingen we de aanbesteding in via de website Tenderned. Saïd en ik spraken in het voorjaar van 2014 vaak na werktijd (22.00uur) af om aan onze aanbestedingsdocumenten, visiestukken en MKBA’s te werken. Deze hebben we nooit hoeven uploaden, maar we kregen het wel steeds scherper. In de zomer van 2014 vochten Tarik en ik tegen de deadlines (via internet communicerend met Saïd in Turkije). Een VAR, uurprijzen, een justitieel document hier en een VOG daar etc. Het bepalen van de uurprijs was het moeilijkst. We moesten eerst bepalen wat we wilden verdienen en vervolgens alle mogelijke kosten in kaart brengen en deze terugrekenen tot de totale kosten per uur, wat opgeteld bij ons gewenste inkomen per uur de uurpijs vormt :/ (of zoiets). Gelukkig hielp Kin ons hierbij. Kin had ervaring en liet dit ook (te) vaak blijken door ons keihard uit te lachenJ. ’s Nachts reed ik als verdoofd over de A73 richting huis.

Als aanbieder Jeugdhulp bleken we een van de honderden potjes pindakaas (een verhelderende metafoor van de gemeente Venlo) in de winkel te zijn. Allen te vinden in de supermarkt en aan de klant om zijn/haar favoriete merk uit te zoeken. Onmogelijk om hier snel werk in te krijgen als beginnende onderneming. De etalage was nog niet ingericht en er waren nog geen reclamefolders. Dus kiest men vaak voor het oude vertrouwde potje Calvé (geen sponsor;)). Hiervoor geef je in onze positie (gezin, hypotheek etc.) geen vast contract op. En dat is wel wat we moesten doen als we voor onszelf verder gingen.

De opdracht voor Bewonersondersteuning verschafte meer zekerheid. In Venlo koos men met deze opdracht voor minder potjes pindakaas. Aan ons om hier een van te zijn. Als aanbieder mochten we hiervoor op gesprek komen. De casus ging die we hiervoor voor moesten bereiden ging over de Klingerberg. Een wijk die ik kende als mijn eigen broekzak. Terugkijkend had onze uitwerking van de casus heel veel raakvlakken met het gedachtegoed van de Vitale Gemeenschappen. Puur vanuit onze praktijkervaring beredeneerd. Eerlijk gezegd hadden we nog nooit van de term; Vitale Gemeenschappen gehoord.

Het gesprek ging blijkbaar goed, want we bleven met drie andere partijen over om het project vorm te gaan geven. We hoorden dit vlak voor kerst en het voelde alsof we de Champions League gewonnen hadden. Niet beseffend dat de echte wedstrijd nog moest beginnen…

Dank voor het lezen en tot volgende week!

Johnny

De weg naar Sociaal Ondernemerschap

Mijn naam is Johnny Driessen en samen met Saïd Sarkaya en Tarik Temsamani ben ik eigenaar van Assist Jeugdwerk. In deze en de volgende (wekelijkse) blogs zal ik beschrijven waar wij tegenaan lopen als sociaal ondernemers en als uitvoerders van het Venlose project; Bewonersondersteuning, Er bestaat nogal wat onduidelijkheid over wat ons werk nou precies inhoudt. Mijn doel met deze blogs is dan ook om ons werk inzichtelijk te maken. Waarschijnlijk wordt het onvermijdelijk om al mijn rollen (o.a. die van; pappa, echtgenoot, mens, bewonersondersteuner, jeugdhulpverlener en ondernemer) scherp te scheiden. Mogelijk kan dit hier en daar tot verwarring leiden. Wat ik echter toe wil zeggen is dat mijn intenties zuiver zijn.

Voordat ik in Venlo begon heb ik ruim tien jaar gewerkt voor een welzijnsorganisatie in Eindhoven. Eerst als stagiaire en – met een onderbreking van twee jaar in de jeugdzorg – later als jeugdwerker en opbouwwerker. Ik heb altijd met plezier in Eindhoven gewerkt en heb daar veel goede en inspirerende mensen ontmoet. Collega’s, stagiaires, vrijwilligers, cliënten, buurtbewoners… Samen hebben we de stad én elkaar een stukje mooier gemaakt. Meestal in harmonie, maar soms recht tegenover elkaar. Ik heb geleerd dat ik door meningsverschillen en zelfs conflicten écht stappen kon zetten. De kunst is om met elkaar in gesprek te blijven en geen open lijntjes te laten. Ik ben dan ook blij met het gevoel dat dit gelukt is… Zij het met vallen en opstaan.

Mijn werk heb ik altijd met plezier gedaan, maar toen ik vader werd van mijn lieve dochter veranderde er iets. Ik was nog net zo gedreven, maar privé en werk raakten voor mijn gevoel uit balans. Ik kon het niet meer aan mezelf verantwoorden om twaalf uur per dag van huis te zijn. Daarbij moest de man zonder horloge gaan plannen. Rekening houden met de agenda van mijn vrouw (die in het ziekenhuis werkt), om de kids op te voeden.

De oplossing was eenvoudig, maar moeilijk te realiseren; dichter bij huis werken. En aangezien de banen – in tegenstelling tot de periode vlak na mijn afstuderen (2006) – niet voor het oprapen lagen, besloot ik in 2014 om (samen met mijn studiekameraden) zelf mee te doen aan de aanbestedingen in Noord-Limburg. Dit in de hoop mijzelf werk te verschaffen. Toen dat lukte (op welke manier zal in een van de volgende blogs aan bod komen), was ik dolgelukkig. Verlichtend was daarbij dat ik voor mijn gevoel klaar was in Eindhoven. De meesten van de jeugd – waar ik zes jaar mee gewerkt heb – waren inmiddels (bijna) volwassen en hadden hun leven in meer of mindere mate op de rit.

En nu werk ik in Venlo… Wonen én (sociaal) werken in een stad waarin iedereen elkaar (via-via) kent zal zijn uitdagingen kennen. Tot nu toe bevalt het echter uitstekend. Tijdens lange werkdagen vind ik gemakkelijker de tijd en ruimte om thuis te pauzeren. Om met mijn gezin te eten (mijn vrouw kookt veel beter dan Domino’s ;)) en de kinderen mee op bed te leggen. Tegelijkertijd geeft het werken in Venlo iets ‘extra’. Het is bijzonder om te mogen werken op de berg waar mijn grootouders opnieuw begonnen, nadat ze vanuit Weert terugkeerden naar Venlo. 

Tot zover mijn eerste blog. Hopelijk was het wat. Dank voor het lezen en tot volgende week!

 

Johnny

 

Mijn blogs zijn terug te lezen op www.assistjeugdwerk.nl